Werkzaamheden nieuwe archiefbewaarplaats
In de achtertuin van Museum Het Domein te Sittard wordt gebouwd aan de nieuwe archiefbewaarplaats. Het feitelijke begin van het nieuwe RHC; het Regionaal Historisch Centrum. Op de lokatie van Museum Het Domein zal binnen enige tijd het RHC, dan bestaande uit het Stads- en regioarchief en de afdeling stedelijke historie van Museum Het Domein, gevestigd worden.

Tijdens de opgravingen die voorafgingen aan de bouw zijn een aantal vondsten gedaan. Dat is ook niet vreemd, want de opgravingsplek bevindt zich midden in de oudste kern van de stad.

Vondsten:
Veldbrand-oven 17e eeuw
In wat eerst voor een bakstenen vloer werd aangezien bleek bij nader inzien overduidelijk een constructie met stookgangen aanwezig. In de stookgangen bevond zich kolengruis en houtskool, die als brandstof heeft gediend. Boven deze stookgangen waren plaatselijk nog gestapelde bakstenen te zien. Deze bakstenen zijn sterk verbrand of zacht en half doorbakken en waren kennelijk niet geschikt voor gebruik. De buitenzijde en bodem van de constructie was afgesmeerd met leem, die aan de buitenzijde zwartgeblakerd was. Een vierkante uitsparing in de constructie had mogelijk gefunctioneerd als schoorsteen.
Opmerkelijk was de aanaarding tegen de zuidzijde van de structuur. In deze aanaarding bevonden zich een aantal kokers die opgebouwd waren uit hergebruikte mergelblokken en baksteen. Deze kokers sloten aan op de stookgangen en hebben gefunctioneerd als trekgaten voor de aanvoer van zuurstof naar de oven. Hoewel de oven niet volledig onderzocht kon worden had deze waarschijnlijk een afmeting van 8 bij 10 meter gehad en een hoogte van zo’n 2 meter. De productie zal ongeveer tussen de 8000 en 10.000 bakstenen zijn geweest. Om te voorkomen dat de constructie -die uit gestapelde baksteen bestond- omviel, stonden er tegen de buitenzijde houten stutten geplaatst. Hiervan zijn tijdens de opgraving paalgaten teruggevonden.
Bij het ruimen van de oven is aardewerk (o.a. Rimburgs aardewerk), glas, bot en leisteen geborgen. Het vondstmateriaal is te dateren in de 17e en 18e eeuw. Aangezien dergelijke veldovens maar eenmalig werden gebruikt lijkt een datering aan het einde van de 17e eeuw aannemelijk. Mogelijk is er een relatie met de grote stadsbrand van 1677 te leggen.

Sporen uit de 11e en 12e eeuw
Naast de restanten van een 17e eeuwse veldbrandoven zijn er ook resten van een tweetal waterlopen aangetroffen, het is nog onzeker of dit natuurlijke dan wel gegraven waterlopen waren. Uit de vulling van de waterlopen is aardewerk uit de 11e en 12e eeuw geborgen. Eveneens uit deze periode dateerde een cluster grondsporen in de noordoost -hoek van het terrein. Het ging om een aantal grote paalkuilen van wat mogelijk een gebouw is geweest. Nader onderzoek moet nog uitwijzen om wat voor soort gebouw het ging.