Limbricht

Gemeentewapen LimbrichtDe oudste vermelding van Limbricht ('Lemburg') stamt uit 1246. In eerste instantie werd zo het kasteel genoemd, later ging de naam over op het erbij liggende dorp. Om zijn kasteel aanzien te verschaffen heeft de eigenaar zijn onderkomen vernoemd naar de burcht en stad Limburg aan de Vesder. De hertogen van Limburg aan de Vesder genoten in de 13de eeuw grote faam.

De heren van Lemborg stonden rond 1300 zelf in zo'n groot aanzien dat ze leden leverden voor het domkapittel van Keulen en de deken van het Severinuskapittel aldaar. Door deze laatste kreeg het bij het kasteel van Limbricht gelegen Salviuskerkje rond 1300 een schilderingencyclus, die nu als de oudste van ons land bekend staat.

Naast de heren Van Lemborg (13de en 14de eeuw) heeft Limbricht in de loop der eeuw nog verschillende heren uit diverse geslachten gekend, o.a.: Van Merode in de 15de en 16de eeuw en de Van Breyll's en Van Bentincks in de 17de eeuw. Laatstgenoemd geslacht zwaaide de scepter over Limbricht tot 20 juni 1794 toen de laatste feodale heer van Limbricht, Maximiliaan Joseph Hyancinth Alexander van Bentinck, voor de binnenvallende Franse revolutionaire soldaten vluchtte.

Al die eeuwen had Limbricht, met het bijbehorende dorp Einighausen, zich tussen verschillende grootmachten weten te handhaven als een vrije rijksheerlijkheid. De status van Vrije Rijksheerlijkheid betekende dat de heer rechtstreeks zijn gezag ontleende aan de keizer en dus geen andere heer (graaf of hertog) boven zich hoefde te erkennen. Kenmerkend was dat de heer zowel de lagere rechtspraak, civiele zaken, en hogere rechtspraak, zaken van criminele aard en strafzaken, afhandelde. In laatste genoemde rechtspraak was de heer volledig autonoom.

Kasteel LimbrichtIn het midden van de 17de eeuw ondernam de hertog van Gulik pogingen om Limbricht onder zijn gezag te brengen. In 1650 werd het kasteel van Nicolaas van Breyll vanuit Sittard geplunderd. Vijftien later was zijn zoon Herman van Breyll genoodzaakt de heerlijkheid onder bescherming van de hertog van Gulik te plaatsen. Wel behield Limbricht een aparte status en de heer een aantal rechten en privileges. Met de komst van Franse revolutionaire troepen in 1794 werd hieraan einde gemaakt. Tot 1800 behoorden Limbricht, Einighausen en ook Guttecoven tot het Kanton Sittard. In 1800 verloren de kantons hun bestuurlijke taak. Deze werd nu aan de gemeenten toegemeten. Guttecoven, dat tot 1794 onder het ambt Born viel, werd in 1800 bij de gemeente Limbricht ingedeeld.

Na de Franse tijd maakte de gemeente in de jaren 1815-1830 deel uit van Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (Nederland en België), van 1830-1839 van België en vanaf 1839 van het huidige Koninkrijk der Nederlanden.

In de jaren 1838-1850 was er sprake van een sterke animositeit tussen Limbricht en Einighausen. De inwoners van Einighausen voelden zich achtergesteld en wilden zich zelfs afscheiden van de Bisschop Schrijnen in 1920 op bezoek te Einighausengemeente Limbricht. De inwoners voelden zich door Limbricht tegengewerkt in hun streven een eigen kerk te realiseren, achtergesteld bij de verdeling van gronden van de Graetheide en voelden zich ondervertegenwoordigd in het gemeentebestuur. Na een jarenlange strijd werd in 1851 de kerk van Einighausen een volwaardige parochiekerk. De grondwet van 1848 en de daarin vereiste gemeentewet van 29 juni 1851 stelde de raad aan het hoofd van de gemeente. De leden van de raad van Limbricht werden nu gekozen door ingezetenen van de gemeente. Dit blijkbaar tot tevredenheid van de inwoners van Einighausen, want klachten over ondervertegenwoordiging in de raad werden na 1851 niet meer gehoord. Tenslotte werd in de jaren 60 de kwestie van de gemeentegronden Graetheide definitief beslist. Daarmee verdwenen de voornaamste redenen voor de door Einighausen gewenste afscheiding.

In 1799 telde het dorp Limbricht 374 inwoners, Einighausen 374 en Guttecoven 145; in totaal telde de gemeente 893 inwoners. Van midden 19de eeuw tot 1910 schommelde het aantal inwoners tussen 1471 en 1325. De kern Einighausen had lange tijd het grootste aantal bewoners. De gemeente was lange tijd een agrarische gemeente, in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw kwam hierin een kentering. Steeds meer mensen verdienden hun geld in de bouw en in het mijnbedrijf. De geografische ligging van de gemeente Limbricht werd bepalend voor haar karakter. Haar ligging tussen de stedelijke agglomeratie Sittard-Geleen en het industriegebied van Born maakte Limbricht tot een specifieke randgemeente met in hoofdzaak een woonfunctie.

Het aantal inwoners bedroeg per 1 januari 1979 5196, waarvan in Limbricht 2427, in Einighausen 1389 en in Guttecoven 1380 inwoners. Per 1 januari 1982 is de gemeente samen met Munstergeleen samengevoegd tot de nieuwe gemeente Sittard. Limbricht heeft zijn eigen karakter weten te behouden.Belangrijke publicaties over de geschiedenis van Limbricht:

F.Th. W. Smeets, Het kasteel Lemborgh te Limbricht (Maastricht 1974).
F.Th. W. Smeets e.a., Lemborgh, het kasteel en zijn Sint Salviuskerk te Limbricht (Assen 1984).
A.P.J. Jacobs e.a., De parochie van St.-Nicolaas te Guttecoven (Sittard 1991).
M.J.H.A. Schrijnemakers, Einighausen Oorsprong en ontwikkeling van dorp en parochie (Sittard 1995).
J.M.E. Vleeshouwers, Beelden uit Limbricht, deel één (Sittard 1996)
J.M.E. Vleeshouwers, Beelden uit Limbricht, deel twee (Sittard 1997)
Diverse auteurs, diverse artikelen in Historisch Jaarboek voor het Land van Zwentibold

Navraag naar andere publicaties over Limbricht kunt u doen bij de studiezaalmedewerkers van het Stadsarchief.